Duisternis..


duisternis

Advertentie

Gedicht 2018


Ik loop 2018 in
met een helder hart en hoofd.
Wanneer je me iets schuldig bent
maak je daar niet druk om,
graag gedaan.

Wanneer je me iets hebt aangedaan
het is allemaal oké,
ik heb mijn les geleerd.

Wanneer je boos op me bent,
je hebt gewonnen.

Wanneer we niet met elkaar spreken,
het is goed zo,
ik hou van je en wens je het beste.

Wanneer je het gevoel hebt
dat ik je iets heb aangedaan,
dan bied ik je mijn excuses aan.

Het leven is te kort voor
opgekropte woede,
vastgehouden wraak,
en extra pijn.

Reik naar me uit,
wanneer je de behoefte voelt
om het met me uit te praten,
en wanneer je dat niet wilt,
ik heb het geprobeerd.

2018 Ik kom er aan
met een helder hoofd en hart.
Verspreid liefde en vergeving.

foto van Mareiki.

Alles..


 

ALLES
 
Alles wat je ergert,
leert je geduldig te zijn.
 
Iedereen die je verlaat,
leert je om op eigen benen te staan.
 
Alles wat je boos maakt,
leert je vergeving en compassie.
 
Alles wat macht over je heeft,
leert je je macht terug te nemen.
 
Alles wat je haat,
leert je onvoorwaardelijke liefde.
 
Alles waar je bang voor bent,
leert je moedig te worden.
 
Alles wat je niet kunt controleren,
leert je hoe je iets los kunt laten.
 
Namasté ॐ
Jackson Kiddard

Wat en waar is het werkelijke Zelf?


V#89: Wat en waar is het werkelijke Zelf?

De Cursus zegt dat we niet ons lichaam zijn. Het Christus-Zelf is in ons en wij zijn niet in een lichaam. Het werkelijke Zelf, de Christus, is in Heiligheid. Waar zijn we dan? Alles is van binnen maar niet binnen in het lichaam, waar dan wel? Is het op de plaats waar ik was voordat ik een lichaam werd? Waar was ik voordat ik de vorm van een lichaam aannam? Zijn de Christus en mijn werkelijke Zelf daar? Als individueel bewustzijn daar niet bestaat, hoe weet iemand dan dat hij daar is? Of is ‘niet weten’ werkelijke kennis.

A: We zijn duidelijk in het nadeel als we deze vragen, die iedereen stelt, proberen te beantwoorden. De reden is dat we niet beschikken over een manier om ons een beeld te vormen van iets wat geen fysieke (meetbare) dimensies heeft. Evenmin kunnen we zoiets begrijpen. En dit is nu juist het geval bij het Christus-Zelf. Het heeft geen fysieke dimensies: het is volledig buiten tijd en ruimte. Het ‘waar’ is dus niet van toepassing want ‘waar’ duidt altijd op ruimte, net als de woorden binnen en buiten. We hebben geen begrippen, noch een taal die de niet-fysieke werkelijkheid kan omvatten. En om nog een stap verder te gaan: we proberen een domein van de werkelijkheid te begrijpen dat we verkozen hebben uit ons bewustzijn te bannen, en/of waarvan we de ware betekenis helemaal hebben veranderd. Bovendien werd het lichaam (d.w.z. het brein) speciaal gemaakt om niet te begrijpen (T18.IX.4, 5). Dus zijn we werkelijk ernstig ‘gehandicapt’ wanneer we deze problemen proberen aan te pakken, en toch zijn ze voor ons van vitaal belang.

We kunnen inderdaad zeggen dat het Christus-Zelf nergens is. Dat is ‘waar’ we waren voordat we de vorm van een lichaam aannamen. We zullen dat zonder moeite herkennen wanneer we er terugkeren, omdat het geen plaats is, die we bovendien nooit verlaten hebben. Zo, nu je nog meer in verwarring bent gebracht, zullen we eens kijken hoe we dit een beetje kunnen ontwarren.

Er wordt ons gezegd: “Zonder lichaam zijn betekent in onze natuurlijke staat zijn” (WdI.72.9:3), maar ook dat “wat jij gedaan hebt om je denkgeest te schaden hem zo onnatuurlijk [heeft] gemaakt dat hij zich niet herinnert wat natuurlijk voor hem is. En wanneer jou gezegd wordt wat natuurlijk is, kun je het niet begrijpen” (T16.II.3:1-2).

Daarom bevinden we ons in zo’n hachelijke situatie. We hebben onze denkgeest geschaad door te ontkennen dat we een denkgeest hebben en in plaats daarvan te denken dat we een lichaam zijn. Hoewel we ons niet bewust zijn van deze keuze, doen we dat nog steeds, zodat we de afscheiding in stand kunnen houden. Dus denken we dat het fysieke bestaan werkelijk is, en dat ons ware Zelf een onbekende en verre werkelijkheid is. Wanneer we niet langer de behoefte voelen om onze ware Identiteit als geest, als Christus, te ontkennen, zullen we eenvoudigweg zijn wat we altijd al geweest zijn. We zijn nooit werkelijk een lichaam ‘geworden’. We blijven een denkgeest die beslissingen neemt en gewoon fantaseert of hallucineert dat we iets anders zijn dan ons Christus-Zelf. Als gevolg daarvan is het geen probleem om in te zien ‘waar’ we zijn, wanneer we niet langer ‘in’ een lichaam zijn, omdat we sowieso nooit ‘in’ een lichaam zijn. De denkgeest kiest er gewoon voor om te denken dat hij een lichaam is. Ons lichaam is niets meer dan een idee in de denkgeest en aangezien ‘ideeën hun bron niet verlaten’ heeft het geen werkelijkheid buiten de denkgeest die het denkt. Daarom concentreert Jezus zich zo op de noodzaak om samen met hem naar onze denkgeest te kijken, zodat we ons bewust worden van dit denksysteem, dat wij gekozen hebben voor het bepalen van al ons denken en waarnemen.

Het volgende citaat geeft aardig uitdrukking aan sommige van deze punten: “De reis naar God is slechts het herontwaken van de kennis van wáár jij bent voor altijd, en wát jij bent voor eeuwig. Het is een reis zonder afstand naar een doel dat nooit veranderd is. De waarheid kan alleen worden ervaren. Ze kan niet worden beschreven en niet worden uitgelegd. Ik kan jou bewust maken van de condities die tot de waarheid leiden, maar de ervaring komt van God. Samen kunnen we aan haar condities voldoen, maar de waarheid zal uit zichzelf in jou dagen” (T8.VI.9:6-11).

De condities waar Jezus over spreekt hebben natuurlijk betrekking op vergeving. Daarom is dit het kernthema van zijn onderricht. Een belangrijk gevolg van het toepassen van vergeving is dat onze vereenzelviging met het lichaam automatisch begint te verzwakken. In plaats daarvan nemen we vaker onze eenheid met elkaar waar, voorbij het lichaam. Dus als we onszelf en anderen blijven vergeven, laten we geleidelijk weer in ons bewustzijn toe dat wat we ontkennen door te denken dat we individuen zijn die in een fysieke wereld leven met afzonderlijke en concurrerende belangen en doelen. Naarmate we de ladder weer opklimmen waarlangs de afscheiding ons omlaag heeft gevoerd (T28.III.1:2), verschuift onze identiteit langzaam en beginnen de vragen die je stelt te vervagen, waarna ze uiteindelijk verdwijnen. Want deze vragen komen voort vanuit het gezichtspunt van een lichamelijk, persoonlijk bestaan en dat perspectief is nu verschoven.

Tekst: Een Cursus In Wonderen

Slaapdromen versus waakdromen.


V#41: Slaapdromen versus waakdromen. (Een Cursus, In Wonderen)

De gebeurtenissen, activiteiten en relaties in onze ‘waakdroom’ vormen ons klaslokaal en zijn tevens de leermiddelen voor onze vergevingslessen. Hebben onze ‘slaapdromen’ in het leerproces van vergeving een bepaalde betekenis of waarde en moet onze reactie op deze beelden anders zijn dan onze reactie op het klaslokaal van onze ‘waakdroom’?

A: Het is dezelfde denkgeest die zowel onze waak- als slaapdromen droomt. En het is een van de vele trucs van het ego om te proberen ons ervan te overtuigen dat er een wezenlijk verschil is tussen de twee zodat we denken dat we wakker zijn terwijl we feitelijk nog slapen, en alleen maar dezelfde afscheidingsdroom in een andere vorm dromen. Een van de belangrijke inzichten die onze slaapdromen ons bieden wanneer we overgaan naar een schijnbare waaktoestand, is het besef dat onze denkgeest de macht heeft om in dromen een wereld te bedenken die heel echt lijkt zolang we die beleven, een wereld die uitsluitend verzonnen is om aan onze eigen persoonlijke behoeften te voldoen. Jezus licht dit aspect van onze slaapdromen uitgebreid toe in een zeer duidelijke passage:
“Ontstaat er in dromen niet een wereld die heel werkelijk lijkt? … En terwijl je die ziet twijfel je er niet aan dat ze werkelijk is. Niettemin is hier een wereld, duidelijk binnenin je denkgeest, die toch buiten je lijkt te zijn. Je reageert er niet op alsof jij die gemaakt hebt, en evenmin zie je in dat de emoties die de droom oproept, wel van jou afkomstig moeten zijn. … Je lijkt te ontwaken en de droom is voorbij. Maar wat je niet inziet is dat wat de droom veroorzaakt heeft, daarmee niet is verdwenen. Jouw wens een andere wereld te maken die niet werkelijk is, blijft bij je. En waartoe jij lijkt te ontwaken is niets dan een andere vorm van diezelfde wereld die je ziet in de droom. Al jouw tijd wordt doorgebracht met dromen. Je slaapdromen en je waakdromen hebben verschillende vormen, meer niet. Hun inhoud is dezelfde. Ze vormen jouw protest tegen de werkelijkheid, en jouw waanzinnige idee-fixe dat je die kunt veranderen. (T18.II.1:1; 5:2-4, 8-15).

In onze slaapdromen kunnen we dezelfde leraren kiezen als wanneer we ‘wakker’ zijn. Na verloop van tijd ontdekken we misschien dat we voor vergeving kunnen kiezen terwijl we slapen, omdat we inzien dat onze oordelen in de droom niet gerechtvaardigd zijn. Misschien krijgen we zelfs heldere dromen en worden we ons in de droom ervan bewust dat onze slaapdroom een uitvinding van onze eigen denkgeest is. Dit is dan een voorteken dat we ons uiteindelijk bewust zullen zijn van de aard van onze waakdromen. Onze slaapdromen maken het ons ook mogelijk om de werkelijke betekenis van vergeving te begrijpen waartoe Jezus ons probeert te leiden. Want als we wakker worden realiseren we ons, dat de bron van alle onvrede die we in onze slaapdromen ervaren niets te maken heeft met wat iemand anders ons aandoet. Onze onvrede weerspiegelt niets anders dan een beslissing in onze eigen denkgeest om in onvrede te zijn en dat verlies van vrede vervolgens toe te schrijven aan een oorzaak die buiten onszelf lijkt te liggen. Het besef dat we dit ook doen in onze waakdromen is de basis van het vergevingsproces zoals Jezus ons laat zien in de Cursus: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk… Ik voel onvrede omdat ik iets zie wat er niet is.”(WdI.5, 6). “Vergeving ziet in dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden” (WdII.1.1:1). Als we dit inzicht van onze slaapdromen kunnen veralgemenen naar onze waakdromen, zijn we goed op weg om uit al onze afscheidingdromen te ontwaken

Angst


Angst bindt de wereld, vergeving maakt haar vrij

wijsheid loesje

 

Angst verbindt mensen, kijk maar eens wanneer er een ramp of aanslagen zijn gepleegd. Mensen verbinden zich met elkaar door angst waardoor het nog meer gevoed wordt. Ook zaait het tweedracht onder de mensen omdat er op gevoel ingespeeld wordt. Vergeving daarentegen maakt je vrij van alle angsten

Twaalf aanwijzingen voor een goede relatie


 

Twaalf aanwijzingen voor een goede relatie

1. Leef je eigen leven, kies je eigen levensdoel

2. Breng een offer niet omdat het moet,
maar als zelfbewuste keuze…3. Kinderen zijn de snelweg van geestelijke groei

4. Wees niet bang voor ruzies en conflicten

5. Elke relatie kent een spanningsveld
tussen uitdaging en geborgenheid

6. Slechts diegene die alleen kan zijn,
kan ook echt samen zijn

7. Verwerk na een scheiding of het overlijden van je partner
eerst je verdriet voordat je aan een nieuwe relatie begint.
Alleen dan heeft die relatie een kans

8. Een relatie is nooit vanzelfsprekend,
maar moet zorgvuldig, met aandacht en liefde
onderhouden worden

9. Beloof elkaar geen trouw tot aan de dood,
maar trouw aan elkaar zolang de liefde levend blijft

10. Juist in relaties leer je de helende kracht van vergeving

11. Wanneer je een relatie beëindigt,
doe dat dan zorgvuldig en met respect

12. En ten slotte: laat je steeds weer ontroeren
door de innerlijke schoonheid van de ander

wie klein durft te zijn, is een zegen voor de relatie
maar wie zichzelf altijd groothoudt,
maakt de relatie uiteindelijk kapot

Hans Stolp
www.hansstolp.nl