Altijd eerst de ander: zó kijkt een hooggevoelig persoon naar de wereld


Altijd eerst de ander: zó kijkt een hooggevoelig persoon naar de wereld

Wie hooggevoelig is is van nature ook ‘extern georienteerd’; altijd met de ander bezig en zeer goed in spiegelen en zelfreflectie. En dat brengt lusten én lasten met zich mee. Coach Saskia Klaaysen is hierin gespecialiseerd en legt uit hoe je hier evenwichtig mee om kunt gaan. Want die externe oriëntatie is niet altijd feest.

Ik vertel je vast geen nieuws dat HSP-ers een sterk ontwikkeld inlevingsvermogen hebben. Je bent van nature invoelend en vertoont begrijpend gedrag. Je staat snel klaar voor de ander klaar, en soms voel je eerder wat de ander nodig heeft dan de ander zelf door heeft. Je voelt stemmingen, fysieke gesteldheid, gepieker van een ander en de sfeer van de omgeving gauw aan. Je weet intuïtief in de interactie met de ander te handelen. De spiegelneuronen in het HSP-brein doen goed werk! Van nature is een HSP-er met zijn aandacht in de omgeving, bij de ander, het grotere geheel. Ik noem dit ook wel externe oriëntatie.

Hoe ontstaat een externe oriëntatie?
Deels aangeboren, gezien de kenmerken van het zenuwstelsel van een HSP-er. Maar deels ook ontwikkelt door hoe de omgeving reageert op het gedrag van de HSP-er. Wetenschappelijk is aangetoond dat HSP-ers sterker reageren op complimenten en bevestiging dan een willekeurig ander persoon. Dat maakt dat het brein al vroeg een goede overlevingsstrategie leert: als je ‘voldoet aan de verwachtingen’, ‘het goed doet’, ‘je rekening houdt met de ander’, dan krijg je een plezierig gevoel. Dat maakt dat HSP’s bij afkeuring of negatieve reacties aanpassingsgedrag zijn gaan vertonen. Tot op zekere hoogte is deze aanpassing heel functioneel, omdat je in de eerste fase van je leven afhankelijk bent van voeding en liefde uit de omgeving, maar in het latere leven zorgt dit gedrag regelmatig voor ballast. Want dan is het toch wel prettig om kapitein op jouw schip te zijn.

De lusten
Een HSP-er die goed in zijn vel zit, voldoende zelfvertrouwen heeft kan met deze eigenschappen succesvol zijn in het werk, een motiverende of inspirerende leidinggevende zijn, een verkoper die vraag en aanbod goed op elkaar kan afstemmen, een zorgzame arts die er daadwerkelijk voor de patiënten is, een creatief brein om de behoefte van de ander te vertalen in een maatwerkproduct of die technische man die klantgericht de klus klaart . In een team merk je dat een HSP-er loyaal is, met betrokkenheid, veel inlevingsvermogen en groot verantwoordelijkheidsgevoel zijn werk doet. Vaak is een HSP-er in een team of in een gesprek gericht op wat mensen verbindt in plaats van wat mensen verschilt. In een team zie je dat een HSP-er vaak de mediator is, de verbindende factor tussen verschillende opinies, verschillende belangen tot een geheel kan smeden.

So far so good. Allemaal goed nieuws! Zijn er geen lasten?

Helaas het is niet altijd feest, de last kan groot zijn.
Juist bij een te sterke externe oriëntatie heb je kans op een aantal typische HSP valkuilen:

  • Je staat te veel in de schoenen van de ander en je kijkt met het brilletje van iemand anders de wereld in, je voelt hoe de ander zich voelt, denkt zoals de ander denkt, gedraagt je zoals de ander zich gedraagt. Je bent dan een soort kameleon en je raakt je eigen basis, je lichaamsbewustzijn kwijt. Jij voelt niet meer wat JIJ wilt, behoefte aan hebt, je grenzen of je weet even niet wat je er zelf van vindt. Je beweegt mee met de ander, je gaat pleasen. Je ontwikkelt een persoonlijkheid die op de aanpassing berust. Je verliest authenticiteit, je leeft niet vanuit je werkelijke essentie, ziel of wezenlijke zelf.

  • Je hangt te lang in de helikopterstand: je hangt boven de situatie, alsof je op een afstandje naar jezelf en de anderen kijkt. Als een observator. Je ziet jezelf in contact met de ander en je bent je bewust van hoe de interactie verloopt, wat het betekent en denkt ondertussen na hoe je het beste kunt reageren, of hoe jij hoort of vindt dat je moet reageren, wat de beste oplossing is of hoe je de meningen bij elkaar brengt. Je reflecteert, werkt scenario’s in je hoofd uit. En dan als jij zover bent dat je wat wilt zeggen, is het momentum voorbij. Het is een echte denkstand. De ander krijgt dan wat minder goed contact met je en stelt vragen als: ‘hallo, ben je er nog?” “Maar wat vind JIJ er nou van?” “Zeg jij ook eens wat” “Ben je aan het dromen?”. Je zit hier volop in het proces van de diepgaande informatieverwerking en dat kost tijd en energie. En je bent dan minder in staat direct te reageren. Een uurtje later, of als je alleen bent, of anders de dag erna weet je vaak wel wat je wilt en hoe je het ervaart of wat je mening is.

  • Je vereenzelvigt je te veel met je emoties en gevoelens die je krijgt in het contact met de ander. Je wordt als het ware het verdriet, de boosheid, de onmacht. Je blijft hangen in de bijbehorende gedachtes en je versterkt hiermee de emotionele intensiteit. Op het moment zelf valt het soms nog wel mee, maar eenmaal alleen gaat de ‘maalmachine’ in je hoofd aan en doorleef je nog een keer, en nog een keer, en…. Je herkauwt het gesprek, de emoties, de als-dan, had-ik-maar scenario’s en daarmee activeer je onbewust je gevoelsbrein en roep je al die vervelende emoties nog eens versterkt op.

  • Je houdt het belang van het grote geheel te lang voor ogen, het belang van de organisatie, het bedrijf, de maatschappij, de familie, het systeem.Daarmee kan je je eigen behoeftes parkeren, je eigen gevoelens niet tijdig opmerken en mogelijk over je grenzen gaan, allemaal ten dienste van het grotere geheel. Vaak met een liefdevolle intentie, het verlangen en de wens om de wereld iets mooier te maken. Hier loop je tegen zingevingsvraagstukken op. Welke komt echt uit jouw hart, geeft je energie, motivatie en een flow? En welke zijn gebaseerd op frustratie, verdriet en onmacht, het gevoel dat als niemand het doet, JIJ het MOET?

Het gevolg
Een groot energielek, vermoeidheid tot soms regelrechte uitputting. Allemaal veroorzaakt door jouw aanpassingsgedrag, het rekening houden met de ander, te voldoen aan de verwachtingen of hoe het hoort (die jij overigens zelf bedenkt), alle emoties of het grotere belang voor ogen houden.
Want dit is nu eenmaal niet de manier die bij JOU past. Het werkt een hele tijd, maar vroeg of laat kom je jezelf tegen. Je oude strategie om jezelf op de ander en de omgeving te richten, gaat zich tegen je keren. Je kan maar 1 andere kant op, dat is de weg van de innerlijke oriëntatie. Het versterken van het Ik-besef. Leven zoals het ECHT bij jou past.

De oplossing: Hoe verkrijg je een grotere innerlijke oriëntatie?
Er zijn diverse factoren die mee spelen in het contact en waar je aan kunt werken:

  1. Fysieke factoren, je brein is alert en ziet veel zintuiglijke prikkels in de omgeving als VIP prikkels. Je kunt jezelf trainen om je zintuigen te kalmeren en de focus naar jezelf te leggen, waardoor niet alle prikkels continue de aandacht roepen. Ten tweede heeft ons lichaam een geheugen dat zich uitdrukt in onze lichaamshouding en spierspanningspatronen. Soms houden we onbewust trauma, emoties, de familiegebeurtenissen en levensgebeurtenissen vast. Dat maakt het lichaam gespannen en alert, meer dan de situatie in het heden van je vraagt. Maak je ongewilde bagage los en leer het lichaam weer ontspannen.

  2. Mentaal emotionele factoren. Zorg dat de waarden die je hebt in het contact met de ander energiegevend zijn. Veel HSP-ers vinden waardering belangrijk. Vaak is het zo belangrijk geworden, omdat de angst voor falen of afwijzing groter is dan de behoefte aan waardering. Op dat moment is het streven naar waardering een energievreter. Je wordt immers gedreven door de angst voor afwijzing en zal je dus over je grenzen gaan. D.m.v. bewustwording kan je achterhalen welke waarden jou energie geven in het contact en welke je in de weg zitten. De eerste type waarden heb je te stimuleren (soms horen daar keuzes bij met welke mensen je om wilt gaan). Met die laatste belemmerende waarden kan je aan de slag. Als de angst is gekalmeerd, reageer je heel anders op je omgeving, omdat je reptielenbrein niet gelijk in standje overleven schiet, zodra er angst de kop op steekt.

  3. Energetische factoren: versterk je gronding & lichaamsbewustzijn, train om in het hier & nu te zijn, zorg dat je stevig in je eigen energie staat (trek je eigen jasje aan), en leer goed het verschil tussen jezelf en de ander, zorg voor gezonde emotionele verbindingen.

  4. Zingevingsvraagstukken: bepaal wanneer jij ECHT jezelf bent, in welke context, bij welke mensen en in welke omgeving, waar gaat je hart sneller van kloppen, waar gaat je ziel van dansen. Vaak bots je dan op tegen wat je hebt aangeleerd, ‘hoe het zogenaamd hoort’ de ‘ja maar’s’, allemaal aangeleerd door je aanpassing op de omgeving. Kijk, voel en luister eens van binnen, wat bij jou past, wat voor jou werkt, wat maakt jou blij, wie maakt je blij, wat zijn jouw behoeftes, wat is de betekenis van jouw emoties & gevoelens. Dat is het juiste vertrekpunt.

En dan weet ik zeker dat het leven een stuk plezieriger is, de lusten toenemen en jouw hart een sprong de goede kant op maakt!

Tekst: Saskia Klaaysen www.anahata-coaching.nlwww.hsptraining.nl

Bron: http://www.mynd.nu/altijd-eerst-de-ander-zo-kijkt-een-hooggevoelig-persoon-naar-de-wereld/

Advertentie

Pesterijen


 

Pesterijen op schoolplein hebben zeker veertig jaar effect

Geschreven door Caroline Kraaijvanger op 18 april 2014

pesten

Zelfs veertig jaar later zijn de sociale, fysieke en mentale gevolgen die pesterijen op kinderen kunnen hebben, nog merkbaar. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek.

Het is niet voor het eerst dat onderzoekers proberen te achterhalen hoelang kinderen nog last blijven houden van pesterijen. Eerder onderzoek toonde bijvoorbeeld al aan dat ze zelfs als jongvolwassenen nog hinder ondervinden van de pesterijen die ze als kind meemaakten. Het is wel voor het eerst dat onderzoekers nóg verder kijken en vaststellen dat zelfs veertig jaar later pesterijen nog negatieve gevolgen hebben voor de slachtoffers ervan.

Het onderzoek
De onderzoekers baseren hun conclusies op gegevens afkomstig uit de British National Child Development Study. Dit onderzoek bevat de informatie van kinderen die in één week in 1958 ter wereld kwamen. Het gaat om meer dan 7700 kinderen. De ouders van deze kinderen vertelden de onderzoekers op het moment dat de kinderen zeven en elf jaar oud waren in welke mate de kinderen met pesten te maken hadden. Vervolgens bleven de onderzoekers de kinderen volgen tot deze uitgegroeid waren tot vijftigers. Iets meer dan een kwart van de kinderen werd zo af en toe gepest. Vijftien procent werd regelmatig gepest. Die percentages zijn vergelijkbaar met de percentages in het hedendaagse Groot-Brittannië.

Wat is pesten?

Onder pesten verstaan we herhaaldelijke pijnlijke acties die gericht zijn op leeftijdsgenoten die moeite hebben om zichzelf te verdedigen.

De effecten
Uit het onderzoek blijkt dat de mensen die als kind gepest werden daar zelfs veertig jaar later nog last van hadden. De personen die als kind gepest werden, waren er op hun vijfigste zowel fysiek als psychisch slechter aan toe dan de mensen die als kind niet gepest werden. Kinderen die regelmatig gepest waren, bleken later een grotere kans te hebben op depressies, angststoornissen en suïcidale gedachten. Bovendien waren mensen die als kind gepest werden, vaak lager opgeleid. En mannen die als kind gepest werden, hadden in vergelijking met mannen die niet gepest waren een grotere kans om op latere leeftijd werkeloos te zijn of een lager salaris te hebben. Pesten had ook effect op relaties. Mensen die als kind gepest waren, hadden een kleinere kans om op latere leeftijd een relatie te hebben. Ook waren ze doorgaans minder tevreden met hun leven.

Andere factoren
De negatieve effecten van pesten bleven zelfs overeind nadat de onderzoekers rekening hadden gehouden met andere factoren die aan deze negatieve effecten ten grondslag konden liggen. Denk aan IQ van de kinderen, emotionele en gedragsproblemen, de sociaal-economische status van ouders, enzovoort. “We moeten de perceptie dat pesten bij opgroeien hoort, loslaten,” stelt onderzoeker Louise Arseneault. “Leraren, ouders en beleidsmakers zouden zich ervan bewust moeten zijn dat wat op het schoolplein gebeurt op lange termijn grote gevolgen kan hebben voor kinderen. Programma’s gericht op het stoppen van pesten zijn heel belangrijk, maar we moeten ook tijdig ingrijpen om te voorkomen dat potentiële problemen tot lang nadat mensen volwassen zijn geworden blijven bestaan.”

De onderzoekers pleiten voor meer onderzoek. “Veertig jaar is een lange tijd. Dus er zullen ongetwijfeld nog andere ervaringen in het jonge leven van deze mensen zijn geweest die ze beschermd hebben tegen het pesten of die de effecten van het pesten verergerd hebben. Onze volgende stap is onderzoeken welke dat zijn.”

Bron: http://www.scientias.nl/pesterijen-op-schoolplein-hebben-zeker-veertig-jaar-effect/99999

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het klopt helemaal, zelfs na 40 jaar kan men soms de pesterijen nog voelen. Hoewel men er anders mee leert om te gaan met de jaren, kan het soms nog voelbaar zijn, weet daar zelf alles van.

%d bloggers liken dit: