Vlinders herkennen


Vlinders herkennen

Atalanta

Deze vlinder is grotendeels zwart, met een brede roodoranje band op elke vleugel en witte vlekken op de toppen. Atalanta’s zijn trekvlinders: vanuit Zuid-Europa trekken ze ieder jaar richting Nederland; de vlinders die hier geboren worden trekken in het najaar weer naar het zuiden. Je kunt de atalanta vinden op allerlei nectarplanten.

Kleine vos

Deze vlinder is oranje met zwarte en gele vlekken op de voorvleugel en blauwe vlekjes in de achterrand. De onderkant van de vleugel is donkerbruin. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende soorten planten. Het mannetje houdt vanaf het middaguur een territorium bezet en verdedigt dat tegen indringers.

Landkaartje

De voorjaarsvorm en zomervorm van deze vlinder zien er totaal verschillend uit. De vlinders die in het voorjaar vliegen zijn oranje, de zomervlinders hebben een donker uiterlijk. Dit heeft te maken met de hoeveelheid licht en warmte die de pop krijgt. Er bestaat ook een mixvorm: half oranje en half donker.

Bont zandoogje

Een bruine vlinder met gele vlekjes. De vlinder komt in heel Nederland voor, en de rupsen leven van verschillende grassoorten. De vlinders voeden zich met honingdauw, sap van vruchten en met nectar van onder andere de bloemen van bramen. De mannetjes gedragen zich opvallend territoriaal en verjagen alles wat hun territorium binnen komt vliegen.

Oranje zandoogje

Dit zandoogje komt voor in twee gebieden; Drenthe en de daaraan grenzende delen van Groningen, Friesland en Overijssel en in Zeeland, Noord-Brabant en het noorden van Limburg. In het overige deel van het land wordt het oranje zandoogje nauwelijks waargenomen. Het is oranje vlinder met een bruine band langsheen het lichaam en met bruine vleugelranden. Hij lijkt op het bruin zandoogje, maar is iets kleiner.

Klein geaderd witje

Een veel voorkomende vlinder, die je overal in Nederland kan zien. Hij is herkenbaar aan de grijsgroene strepen (aders) op de onderkant van de vleugels. Van de drie koolwitjes heeft het klein geaderd witje de meeste voorkeur voor vochtige plaatsen.

Citroenvlinder

De mannetjes doen hun naam eer aan en zijn felgeel gekleurd. De vrouwtjes zijn wat bleker geel tot crèmekleurig. De vlinders zijn vooral te vinden op plaatsen waar veel nectarplanten groeien. Zelfs op tientallen meters afstand is in het bos een patrouillerend mannetje van de citroenvlinder te herkennen.

Boomblauwtje

De bovenkant van de vleugels is lichtblauw met zwarte randen, de onderkant van de vleugels is zilvergrijs met kleine zwarte stippen. Het boomblauwtje is het blauwtje wat het meest in Nederland voorkomt. De vlinders voeden zich met honingdauw, sap van bloedende bomen en nectar. De vlinders vliegen meestal vrij hoog langs bomen en struiken.

Kleine vuurvlinder

Deze vlinder mag dan wel rood zijn: hij hoort toch tot de blauwtjes. Hij is kleiner dan de algemene koolwitjes. Met de vleugels open zie je de warm oranje bovenvleugel, met zwarte stippen erop. De mannetjes zijn echte heethoofden. Ze zitten boven op hun plant fanatiek op de uitkijk en passen goed op dat andere mannetjes niet te dichtbij komen. Kleine vuurvlinders moet je zoeken op mooie bloemrijke graslanden, duinen en bermen.

Groot dikkopje

Het groot dikkopje leeft in allerlei beschutte, vrij vochtige graslanden en ruigten. De vlinders voeden zich met nectar van onder andere gewone braam, dophei en akkerdistel. De mannetjes voeren ’s morgens vaak patrouillevluchten uit. ’s Middags vertonen ze territoriaal gedrag, vaak vanaf steeds dezelfde uitkijkposten.

Kolibrievlinder

De kolibrievlinder is een trekvlinder die vanuit Zuid-Europa naar Nederland komt. In de zomer kun je hem overal tegenkomen. De vlucht van deze vlinder is erg opvallend: overdag vliegt hij snel heen en weer en blijft stil in de lucht hangen als hij nectar uit de bloemen zuigt. Hij lijkt daarbij net een kolibrie!

Advertenties